|
2026-03-04 20:41 |

Jan Tigchelaar
In 1992 begon hij met het geven van commentaar bij het polsstokverspringen. Als vader van Marja en Eelco nam hij de microfoon over van Wim. In het begin vond hij dat maar niets, maar hij werd er steeds beter in. Hij leerde de springers beter kennen en wist zijn eigen stijl te ontwikkelen.
Daarnaast was hij ook een vast gezicht bij Radio 9. Hij presenteerde het sportprogramma en ’s zomers werd steevast aandacht besteed aan het polsstokverspringen. Hij werd een echte promotor van de sport.
Bij het geven van commentaar had hij echt zijn eigen stijl. Daar genoten menig springer en supporter van. “Jacooooooooooooo de Groot”, “Mooie bal”, “Dat zijn de jongens die het Wilhelmus blazen” of “Kaap de Goede Hoop”, zoals hij het stukje zand links vooraan bij de seniorenschans altijd noemde, werden historische uitspraken en kenmerkten hem als commentator. Hij was altijd positief gestemd en probeerde dat via de microfoon dikwijls over te brengen op de springers en wedstrijdleiders. Zo zei hij bijvoorbeeld: “Dit noemen we geen regen, alleen een vochtige lucht.”
De Postiljon citeerde in 2001: “Ondanks de goede moed van commentator Jan Tigchelaar, die van alles probeerde om zijn twee Friese medecommentatoren van de wijs te brengen, moesten de Hollanders uiteindelijk toch weer het hoofd buigen voor de Friezen.”
Datzelfde jaar zei hij over de tweede tweekamp, die met een verschil van 16 meter werd verloren: “Dat valt eigenlijk nog mee, zonder één enkele Hollandse junior op de schans. We hebben veel jeugd; over een paar jaar hebben we weer een volledige juniorenploeg en is winst mogelijk.”
En daarin had hij gelijk. In 2006 werd de tweekamp voor het eerst weer gewonnen in Linschoten, toen nog met een B-team vanuit Friesland. Maar zij waren wakker geschud; de jeugd was doorgegroeid en het team wist weer te presteren. In 2008 trad Friesland weer met een compleet team aan en werd er opnieuw overtuigend gewonnen. De PBH stond toen onder zijn leiding als interim-voorzitter. Zijn positieve aanwezigheid speelde daarbij ongetwijfeld een rol.
Hij werd vereerd met het lidmaatschap in de Orde van Oranje-Nassau, mede op grond van zijn verdiensten voor het polsstokverspringen. Tienduizenden mensen luisterden in de loop der jaren naar zijn enthousiaste, altijd positieve en soms humoristische verslaggeving. Die positieve toon, soms vol bewondering, vond hij niet meer dan logisch, omdat hij zelf de kunst van het springen niet machtig was – en zelfs de kunst van het zwemmen niet, wat toch een eerste vereiste is.
Eén keer waagde hij een ludieke sprong in Polsbroekerdam, compleet met badmuts. Hij ging kopje-onder, maar bereikte wel op eigen kracht de veilige oever.
In 2013 nam hij afscheid als verslaggever van RTV9. Tijdens zijn laatste uitzending kreeg hij van burgemeester Westerlaken de erespeld van Lopik uitgereikt. Dat jaar nam hij ook afscheid als commentator van de Polsstokbond Holland.
Tot grote verbazing bleek dat zijn lange staat van dienst bij het polsstokverspringen wel bekend was, maar nooit officieel was beloond. Een groot deel van het huidige bestuur is opgegroeid met hem als commentator. Daarom waren de bestuursleden het er snel over eens dat zij hem alsnog wilden benoemen tot Lid van Verdienste van de Polsstokbond Holland.






